[ad_1]

Tachtig jaar leefde Sylvie Schenk als een ‘ik’, nu schrijft ze over dat leven als een ‘jij’. In haar autobiografisch roman Snel, het leven is die ‘jij’ Louise, een verlegen meisje uit de jaren vijftig in een klein bergdorpje in de Franse Alpen, dat in Lyon studeert en in 1966 naar Duitsland verhuist om haar liefde achterna te gaan. Schenk spreekt haar eigen verleden aan alsof ze voor een spiegel staat. In Snel, het leven raast de lezer door de levensloop van een vrouw die haar plaats zoekt in een wereld getekend door landsgrenzen, genderrollen en de nasleep van de Tweede Wereldoorlog.
Snel, het leven verscheen in de zomer van 2016 in het Duits en werd later vertaald in het Frans, Italiaans en Spaans. Dit jaar is het boek in het Nederlands vertaald door Ralph Aarnout.
Mijn ontmoeting met Sylvie Schenk begint als een talige mengelmoes. Bij uitgeverij Cossee schud ik eerst haar hand, dan die van haar Duitse tolk. In het Duits wordt gevraagd of we koffie willen. Ik antwoord in het Nederlands en richt me tot Sylvie Schenk in het Frans, haar moedertaal. Voor Sylvie Schenk een duidelijk onderscheid: als schrijfster is ze Duits, als mens blijft ze Frans.
U bent in Frankrijk opgegroeid en studeerde in Lyon, waar u begon met schrijven. Sinds uw verhuizing naar Duitsland schrijft u uitsluitend in Duits. Waarom?
Die keuze was in eerste instantie een provocatie tegen mijn Duitse man. Toen ik op mijn twintigste naar Duitsland verhuisde spraken wij vrijwel alleen in het Frans. Daarnaast sprak ik op school enkel Frans met de leraar, ook thuis en met mijn vrienden. Mijn man wilde dat ik een klein Frans meisje bleef. Ik verlangde ernaar deel te nemen aan het culturele leven in Duitsland. Ik wilde leren over zijn cultuur, maar mijn man wilde dat ik in het Frans schreef. Dus toen zei ik: ik woon in Duitsland, ik ga in die taal schrijven.
Hoe heeft die taalkeuze uw schrijven beïnvloed?
In het Duits denk ik bewuster na over mijn woorden, ik blijf altijd op zoek. In een vreemde taal stop je nooit met student zijn, je blijft in opleiding, je blijft leren. Toen ik naar Duitsland verhuisde begon ik beetje bij beetje met een woordenboek te schrijven. Ik schrijf nog steeds met een woordenboek ernaast, ik maak nog steeds fouten. Mijn manuscripten laat ik nog steeds door iemand proeflezen en daarna stuur ik mijn werk pas op. De taal begrijpen, spreken en schrijven gaf mij een doel in het leven.
U hebt gekozen voor de tweede persoon enkelvoud, een ongebruikelijke vertelvorm. Was dat de enige manier om het verhaal van Louise te vertellen?
Het schrijven van dit boek was als het voorhouden van een spiegel. Ik heb die vorm aanvaard om een beetje afstand te nemen tussen Louise en mij, als ‘jij en ik’. Schrijven in de ik-vorm was té dichtbij, zoals ik tot nu toe al mijn romans heb geschreven. Dus nam ik de jij-vorm aan en sprak haar toe als een moeder haar kind, als een leraar haar leerling. Het is het eerste en laatste boek dat ik in de tweede persoon heb geschreven.
De hoofdpersoon, Louise, heeft in Snel, het leven hetzelfde levenspad gelopen als u. In hoeverre is Louise een versie van uzelf?
Louise is Sylvie, dat is duidelijk. Het is autofictie: in dit boek heb ik het verhaal van mijn leven verteld. Toch is niet alles in het boek waar. Sommige problemen in het boek bestaan wel, maar niet op dezelfde manier als in mijn eigen leven. Ik vind namelijk niet dat ik het recht heb om over mensen te schrijven die zo dicht bij mij staan. Daarom heb ik gebeurtenissen gevonden die op de werkelijkheid lijken. Kleine details zijn fictief, maar de grote gebeurtenissen, zoals mijn jeugd en studententijd in Lyon, mijn ontmoeting met Johann, die komen rechtstreeks uit mijn eigen leven. Mijn moeilijke band met mijn vader, het verdrietige leven van mijn moeder.
In Snel, het leven beschrijft u het verlangen van Johann, de echtgenoot van Louise, om zijn Duitse identiteit te vergeten. Had uw man een soortgelijke wens?
In de jaren zestig was de Tweede Wereldoorlog nog niet lang voorbij. De generatie die na de oorlog opgroeide, wilde geen Duitsers meer zijn. Er hing een diep gevoel van schaamte over de generatie van mijn man. Ze wilden geen nazi-verleden dragen, ze wilden het verleden vergeten en daarom zwegen ze. Dat zwijgen vormt een belangrijk thema van Snel, het leven: hoe het zwijgen zich van generatie op generatie doorgeeft. Mijn zoon is nu vijftig, en hij lijdt nog steeds aan het zwijgen van zijn grootouders, de ouders van mijn echtgenoot. Mijn man wilde Frans zijn, omdat hij afstand wilde nemen van zijn eigen Duitse nationaliteit. In Frankrijk leefde er destijds nog een enorme wrok jegens Duitsland. Ook in mijn eigen familie werd nooit over Duitsland gesproken.
U bent vorig jaar tachtig geworden. Heeft u de tijd zo vlug ervaren als u doet aanvoelen in Snel, het leven?
Tijd is een heel bijzondere gewaarwording. Ik ben een ander geworden, en toch ben ik nog altijd dat meisje uit het kleine Franse bergstadje dat het leven ontdekte. Ik voel me nog steeds dezelfde persoon. Ouder worden is een merkwaardig gevoel: er zijn twee uitersten die verwonderlijk dicht bij elkaar liggen. Alles in het leven verandert, maar ik weet nu dat er een onveranderlijke kern is. Ik blijf in beweging, ik blijf op zoek naar liefde.
Is die zoektocht naar eenheid ook een belangrijk thema in het boek?
Ja. Een belangrijk thema in Snel, het leven is verzoening. Hoe kun je je verzoenen met je verleden, met de loop van het leven? Hoe vind je verzoening met een geliefde, met een man die zich volledig afsluit, die zijn identiteit en zijn land afwijst? Hoe kun je jouw eigen wereld in harmonie brengen met die van de ander?
Uw roman opent met de zin: ‘Als klein meisje van de jaren vijftig weet je dat je minderwaardig bent en wil je liever een jongen zijn. Door dat verlangen zul je je nooit tot het keiharde feminisme bekeren.‘ Waarom heeft u ervoor gekozen met deze zin te beginnen?
Die openingszin raakt de kern van mijn boek. Het feit dat ik een meisje was in een gezin met meerdere kinderen is heel belangrijk geweest voor mijn zelfbeeld, voor wie ik ben. In de jaren vijftig had een meisje weinig waarde. Mijn zussen en ik begrepen dit al heel vroeg. Het was de eerste grote realisatie van mijn leven. Het waren de jongens die waarde hadden, daardoor heb ik mij nooit gewenst gevoeld, vooral niet door mijn vader. Dat gemis aan erkenning heeft mijn hele leven getekend.
Hoe heeft dat gemis uw leven bepaald?
Ik heb altijd verlangd naar erkenning en bewondering van mannen. Nooit heb ik echt geweten hoe ik mijn eigen leven moest of kon leiden, hoe ik mijn toekomst zelf kon bepalen. Steeds weer werd ik geleid, georiënteerd, geforceerd door de behoefte van een ander. Vooral de mannen in mijn leven hebben keuzes voor mij gemaakt. Dat is een grote droefheid die altijd zal blijven, zoals de dood. Toch heb ik nergens spijt van, het is heel dubbelzinnig. Nu ben ik blij dat ik een vrouw ben. De rollen zijn veranderd: de man is niet meer alleen de macho en de vrouw is zelfstandiger geworden. Alles is anders geworden.
Waarom noemde u zich destijds geen feminist, ondanks deze realisatie?
Ik denk dat ik destijds te zwak was om feminist te zijn, te verlegen. Ik denk ook dat ik mijn leven te weinig begreep om voor mezelf op te komen. Daarom heb ik dit boek geschreven, om nu te proberen om mijn leven te begrijpen. Hoe levensfases elkaar opvolgen, hoe het leven doorgaat.
Is dat gelukt?
Nee, en daarom blijf ik schrijven. Ik weet nog steeds niet of het mogelijk is je eigen leven echt te begrijpen. Toch is het goed om te blijven proberen, omdat dat ook toelaat het leven van anderen te begrijpen en je te interesseren voor hun ervaringen. Dan zie je dat ook zij dezelfde onzekerheden en tranen kennen. Niemand is perfect, iedereen is gecompliceerd en iedereen blijft zoeken. Als je dat bij jezelf inziet, word je vanzelf toleranter tegenover anderen. Natuurlijk kun je de feiten van je leven op een rijtje zetten: ik ben naar Duitsland verhuisd omdat ik verliefd werd, ik ben daar schrijver geworden. Maar dat zijn slechts feiten en geen verklaringen. Ik begrijp nog steeds niet waarom ik het verlangen had Frankrijk te verlaten. Zelfs in de diepste psychoanalyse, zoals bij Freud of Lacan, vind je dat antwoord niet.
En toch blijft u proberen. Waarom?
Omdat ik een vorm van vrede wil vinden om mijn leven te accepteren. Wie vrede vindt met het leven, kan in rust vertrekken.
Wat was het mooiste moment tijdens het schrijven van Snel, het leven?
Het einde. Toen viel alles samen.
Welke van uw tijdgenoten zal over honderd jaar nog gelezen worden?
Harry Mulisch, De ontdekking van de hemel. Dat boek is tijdloos.
Welk boek ligt naast uw bed?
Vernietigen van Houellebecq. Ik las het jaren geleden in het Duits, en nu voor het eerst in het Frans. Dit boek was een grote inspiratiebron voor mijn vorige roman.
Welk personage uit de wereldliteratuur zou u uitnodigen voor een diner?
De schrijfster Sidonie-Gabrielle Colette. Zij was heel vooruitstrevend voor haar tijd, een indrukwekkende vrouw. In haar tijd, in het begin van de twintigste eeuw, was het als vrouw heel moeilijk je eigen leven te realiseren, en dat heeft ze gedaan. Haar leven was een gevangenis. Haar man publiceerde haar boeken onder zijn naam, hij heeft alle eer gekregen. Zij is blijven schrijven, en heeft hem verlaten, dat vergt buitengewone moed.
Waarover zouden jullie praten?
De natuur. Colette heeft veel over de natuur geschreven. Haar prachtige werk heeft mij de smaak gegeven om zelf over de natuur te kunnen schrijven.
Als u schrijver kon zijn waar en wanneer dan ook, waar en wanneer zou dat zijn?
Hier en nu. In Europa.
Welke klassieker heeft u, tot uw grote schaamte, nog nooit gelezen?
Goethe, bijna alles van Goethe. Ik heb eigenlijk alleen zijn kortere boeken gelezen.
Jane Austin of Virginia Woolf?
Virginia Woolf.
Freud of Lacan?
Freud.
[ad_2]
https://www.groene.nl/artikel/21-vragen-aan-sylvie-schenk






