[ad_1]

© Sipa USA/ANP
Op nieuwjaarsdag 2018, tijdens zijn eerste ambtstermijn als president, uitte Donald Trump op Twitter zijn groeiende frustratie over Pakistan. Hij klaagde dat de Verenigde Staten het land de afgelopen vijftien jaar ‘domweg’ meer dan 33 miljard dollar aan hulp hadden gegeven en daar ‘niets dan leugens en bedrog’ voor terug hadden gekregen. Kort daarna schortte hij de Amerikaanse veiligheidssteun aan Pakistan op, vanwege de vermeende steun van dat land aan terroristen, waaronder het bijna tien jaar lang onderdak bieden aan Osama bin Laden na de aanslagen van 11 september 2001.
Vandaag de dag blijft Pakistan een veilige haven bieden aan terroristische groeperingen en verleent het hen militaire steun en inlichtingensteun. Ook blijft het land een nauwe bondgenoot van China, dat – ondanks de recente wapenstilstand in de handelsoorlog met de regering-Trump – nog steeds de belangrijkste rivaal van de Verenigde Staten is. Toch zoeken de VS, in plaats van Pakistan te berispen, nu juist actief naar nauwere samenwerking met dat land.
Functionarissen van de regering-Trump rechtvaardigden deze koerswijziging door Pakistan te presenteren als een waardevolle partner bij het indammen van Iran en het beteugelen van terroristische groeperingen die de Amerikaanse belangen in de regio kunnen bedreigen. Maar Pakistan heeft herhaaldelijk laten zien géén betrouwbare veiligheidspartner te zijn, en er is geen reden om te denken dat dit inmiddels anders is. De werkelijke verklaring voor Trumps toenadering tot Pakistan ligt waarschijnlijk in een combinatie van zijn persoonlijke financiële belangen en zijn transactionele benadering van het buitenlands beleid.
Neem bijvoorbeeld de omstreden investeringsdeal die Pakistan in april heeft gesloten met World Liberty Financial, een cryptobedrijf dat grotendeels in handen is van de familie Trump. De CEO, Zach Witkoff – zoon van Steve Witkoff, Trumps speciale gezant voor het Midden-Oosten – leidt een onderneming waarvan zowel de familie Trump als de familie Witkoff de voornaamste financiële begunstigden zijn. Deze overeenkomst heeft alarmbellen doen afgaan bij ethische waakhonden en voormalige Amerikaanse functionarissen, die waarschuwen dat Trumps zakelijke belangen het Amerikaanse buitenlandbeleid beïnvloeden. (Trump blijft volhouden dat regels rond belangenverstrengeling niet op hem van toepassing zijn.) De deal versterkt bovendien het wijdverbreide beeld in de regio dat persoonlijke verrijking Trumps hoogste prioriteit is in zijn buitenlandbeleid, wat de geloofwaardigheid van de Verenigde Staten verder ondermijnt.
De toenadering zette zich in juli voort, toen de Verenigde Staten en Pakistan aankondigden dat zij een handelsakkoord hadden bereikt. Hoewel de details nog niet volledig bekend zijn gemaakt, vierde Pakistan al de verlaging van Amerikaanse invoerrechten en het vooruitzicht op meer Amerikaanse investeringen. Pakistaanse functionarissen verklaarden dat de deal ‘het begin markeert van een nieuw tijdperk van economische samenwerking, vooral op het gebied van energie, mijnbouw en mineralen, IT, cryptovaluta en andere sectoren.’
Sindsdien heeft Pakistan geprobeerd een imago op te bouwen als een potentiële leverancier van kritieke mineralen, waarmee het land de VS zou kunnen helpen hun afhankelijkheid van China’s bijna-monopolie op zeldzame aardmetalen te verminderen. In september ondertekende de aan het leger gelieerde Frontier Works Organization een overeenkomst van vijfhonderd miljoen dollar met het particuliere bedrijf US Strategic Metals voor de ontwikkeling van belangrijke mineraalvoorraden in Pakistan.
Voor Pakistan was dit minder een zakelijke deal dan een diplomatieke coup. Toen premier Shehbaz Sharif en de machtige militaire leider Asim Munir vervolgens president Trump ontmoetten in het Oval Office, overhandigden zij hem een gepolijste houten kist met monsters van deze mineralen. Kort daarna stuurde Pakistan een symbolische zending verrijkte zeldzame aardmetalen en andere kritieke mineralen naar de VS, vooral bedoeld als gebaar om de nieuwe alliantie te bevestigen.
Toch is het zeer de vraag of Pakistan daadwerkelijk in staat zal zijn om de Verenigde Staten van substantiële hoeveelheden zeldzame aardmetalen te voorzien. De vaak herhaalde claim dat het land beschikt over voorraden ter waarde van zes tot acht biljoen dollar is gebaseerd op onbevestigde schattingen. Bovendien liggen de meeste van deze vermeende reserves in de provincies Balochistan en Khyber Pakhtunkhwa, waar actieve opstanden grootschalige winning uiterst riskant maken. Zoals een analist schertste: ‘Pakistan belooft al jaren goud, maar levert grind.’
Trump is bijzonder ontvankelijk voor dit soort grootse beloften, vooral wanneer ze gepaard gaan met persoonlijke vleierij. Het is dan ook geen toeval dat de Pakistaanse leiders hem overspoelden met lof, en hem zelfs voordroegen voor de Nobelprijs voor de Vrede, een onderscheiding waar hij hevig naar verlangt. Voor een president wiens diplomatie sterk afhankelijk is van persoonlijke relaties, kunnen dergelijke gebaren een buitenproportionele invloed hebben. Pakistan lijkt de ‘code’ van Trump te hebben gekraakt. Gesterkt door dit succes hebben de Pakistaanse machthebbers een grondwetswijziging doorgevoerd die de legerchef – door Trump geprezen als zijn ‘favoriete veldmaarschalk’ – tot feitelijke leider verheft, waardoor de gekozen regering is teruggebracht tot een civiele façade.
Voor India voelt de omarming van Pakistan door de regering-Trump als verraad. Het land heeft meer dan twintig jaar gewerkt aan het opbouwen van een strategisch partnerschap met de Verenigde Staten, gebaseerd op gedeelde democratische waarden en een gemeenschappelijke wens om China in toom te houden. Nu werken de VS actief tegen de diplomatieke en veiligheidsbelangen van India.
Het probleem beperkt zich niet tot Trumps deals met Pakistan. Toen in mei een driedaags militair conflict tussen India en Pakistan eindigde in een staakt-het-vuren, claimde Trump publiekelijk de eer voor het beëindigen van de gevechten. India ontkende dit krachtig: premier Narendra Modi verklaarde dat hij tijdens het conflict zelfs niet één keer met Trump had gesproken. Toch hield Trump vol dat de wapenstilstand te danken was aan zijn eigen handelsdreigementen, en niet aan India’s gerichte luchtaanvallen.
Dit ondermijnde Modi’s positie in eigen land en versterkte de indruk in India dat de Verenigde Staten niet te vertrouwen zijn. Modi’s weigering om Trumps kandidatuur voor de Nobelprijs voor de Vrede te steunen, verdiepte de kloof verder. Al snel escaleerde het conflict tot een handelsoorlog, waarbij Trump een invoertarief van 25 procent oplegde – later verhoogd tot vijftig procent – op producten uit India, officieel vanwege India’s eigen handelsbarrières en de aanhoudende aankopen van Russische olie.
Vanuit India’s perspectief waren de Amerikaanse tarieven vooral een politieke vergelding – een voortzetting van de diplomatieke ruzie over Pakistan. De Europese Unie, Japan en Turkije zijn immers nooit getroffen door secundaire Amerikaanse sancties, ondanks hun aanzienlijke aankopen van Russische energie. En pro-Trump Hongarije, dat ongeveer negentig procent van zijn energie uit Rusland betrekt, kreeg zelfs een expliciete vrijstelling van sancties van de Amerikaanse regering.
Voor India zijn dit niet slechts diplomatieke tegenslagen. Ze dreigen een moeizaam opgebouwd strategisch partnerschap te ondermijnen, een partnerschap dat opeenvolgende Amerikaanse regeringen hebben beschouwd als cruciaal voor de veiligheid in de Indo-Pacific. Door zich te laten inpalmen door Pakistan met vleierij, symbolische gebaren en de belofte van persoonlijke verrijking, brengt Trump de stabiliteit van de hele regio in gevaar, net zoals Amerikaanse leiders tijdens de Koude Oorlog dat hebben gedaan met hun cynische beleid in Zuid-Azië.
Vertaling: Menno Grootveld | Copyright: Project Syndicate, 2025
Lees ook:
https://www.groene.nl/artikel/de-grote-leugen-achter-trumps-bootaanvallen
[ad_2]
https://www.groene.nl/artikel/de-gevaarlijke-band-van-trump-met-pakistan






