Het argument dat migranten te veel op de verzorgingsstaat leunen is de afgelopen twee decennia een cliché geworden in Nederlandse politiek. Het gebruik van uitkeringen en voorzieningen door migranten is ook voor de huidige coalitiepartners een centraal aandachtspunt. De PVV is uiteraard het meest expliciet in dit opzicht. In haar laatste verkiezingsprogramma, bijvoorbeeld, klaagt de partij dat “de Nederlandse politiek het welzijn van asielzoekers en andere immigranten steeds belangrijker heeft gevonden dan het welzijn en de welvaart van Nederlanders” en dat het afgelopen moet zijn met het “pamperen van illegalen”. Dit soort opmerkingen past in een bredere boodschap die we veelal op dit onderwerp horen: we moeten migranten uitsluiten van de vruchten van de verzorgingsstaat, want de huidige aanpak is hopeloos naïef en wederom een voorbeeld dat Nederland zichzelf in de voeten schiet door zich als het braafste jongetje van de klas te willen gedragen.
Eén van de problemen in het debat over de toegang van migranten tot uitkeringen en voorzieningen is dat er maar weinig oog is voor de feitelijke situatie . Een nieuwe dataset stelt ons in staat om de centrale aannames in dit debat te toetsen. Is de Nederlandse verzorgingsstaat daadwerkelijk zo veel toegankelijker voor migranten dan de verzorgingsstaat in andere Westerse landen, zoals vaak beweerd wordt? En is het beleid steeds inclusiever aan het worden? De werkelijkheid blijkt heel anders. Er zijn maar weinig Westerse democratieën die migranten nog minder toegang geven tot de verzorgingsstaat dan Nederland. En terwijl de meeste andere landen over de laatste drie decennia hebben getracht toegang tot de verzorgingsstaat voor immigranten makkelijker te maken, is Nederland het enige land naast het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten waar de verzorgingsstaat meer en meer exclusief is gemaakt.
Een systematische vergelijking: de IESPI dataset
De Immigrant Exclusion from Social Policy Index (IESPI) biedt systematische en direct vergelijkbare informatie over de mate waarin immigranten dezelfde toegang hebben als inwoners die in Nederland zijn geboren tot pensioenen, gezondheidszorg, werkloosheidsuitkeringen, bijstandsuitkeringen, huisvesting, en arbeidsmarktprogramma’s. Het is gebaseerd op 32 indicatoren die meten of migranten een bepaalde periode in een land gewoond moeten hebben, of ze een bepaalde status verkregen moeten hebben, en of ze succesvolle integratie moeten kunnen aantonen voordat ze toegang kunnen verkrijgen tot deze verschillende uitkeringen en voorzieningen. Het meet eveneens of de staat actieve pogingen onderneemt om migranten te helpen. De dataset bevat op dit moment informatie over 22 landen, van 1990 tot 2023. Een website met volledige informatie over de dataset (inclusief methodologie, gedetailleerde informatie over elk land, en mogelijkheden om de dataset te downloaden) staat nu online.
Nederland is restrictief in vergelijkend perspectief
De meest recente gegevens van de IESPI tonen aan dat Nederland in vergelijkend perspectief zeker niet het braafste of naïefste jongetje van de klas is. Slechts vier landen (Oostenrijk, Malta, Verenigde Staten, en het Verenigd Koninkrijk) scoren in 2023 hoger dan Nederland op de index, die loopt van 0 (meest inclusief) tot 100 (meest restrictief. Deze relatief hoge score is onder meer een functie van de integratievereisten in Nederland voor de werkloosheidsuitkering (WW) en de bijstand, de uitsluiting van asielzoekers van de WW (alhoewel dit in 2023 door het Gerechtshof in Den Haag is afgeschaft), de beperkingen op toegang tot bijstand in de eerste vijf jaar, en het gebrek aan investering in programma’s om de positie van migranten op de arbeidsmarkt te verbeteren (zie voor meer informatie hier, hier, en hier).

Nederland gaat tegen de stroom in
Data van de IESPI spreken ook duidelijk enige suggestie tegen dat Nederland de laatste jaren inclusiever is geworden. Dat laat de grafiek hieronder zien, die de ontwikkeling in Nederland sinds 1990 afzet tegen de gemiddelde ontwikkelingen in de andere 21 landen waarvoor we gegevens hebben verzameld. In 1990 was Nederland nog relatief inclusief en volgde het die inclusieve tendens in de vroege jaren negentig, bijvoorbeeld met de regel uit 1994 die gemeenten verplicht om huisvesting te vinden voor successvolle asielzoekers die een verblijfsvergunning hebben gekregen. Sinds de invoering in 1998 van de Koppelingswet – die toegang tot de verzorgingsstaat koppelt aan verblijfsstatus – is de Nederlandse verzorgingsstaat juist steeds minder toegankelijk geworden voor migranten.
Deze ontwikkeling wordt nog duidelijker als we specifieke sociale regelingen bekijken. In de meeste landen zien we dat migranten meer geweerd worden van uitkeringen zoals de bijstand, maar ook dat er meer actie wordt ondernomen om immigranten toegang te laten krijgen tot gezondheidszorg en succesvol te laten zijn op de arbeidsmarkt. Nederland volgt daarbij de internationale trend van meer uitsluiting in bijstandsuitkeringen, maar niet die van meer toegang tot gezondheidszorg en arbeidsmarktprogramma’s. In 2012 werd bijvoorbeeld de subsidiering van vertaaldiensten in de gezondheidszorg stopgezet en werden alle overheidsuitgaven aan inburgeringsdiensten geschrapt. (Sinds 2022 kunnen gemeenten besluiten om sommige van deze diensten zelf aan te bieden; weinig gemeenten doen dat daadwerkelijk.)

Een blik op de toekomst
Deze nieuwe gegevens suggereren niet noodzakelijkerwijs dat we in de toekomst nog meer uitsluiting van migranten moeten verwachten: de Nederlandse grondwet en Europese regelgeving maakt het moelijk voor Nederland om nog veel verder te gaan in dit opzicht. Maar wat wel duidelijk lijkt is dat we in de toekomst nog vaker het argument zulen horen – zeker met het huidige kabinet aan de macht – dat Nederland onredelijk inclusief en naïef is als het aankomt op de toegang van migranten tot de verzorgingsstaat. Als dat argument ooit al overtuigend was, laat een systematische vergelijking tussen 22 landen zien dat het elk jaar minder en minder het geval is.