Wat doet het plakken van het ‘label’ van een politieke partij op een standpunt met de steun van kiezers voor dat standpunt? Veel studies, met name uit de Verenigde Staten, bevestigen dat kiezers geneigd zijn voorstellen en standpunten te omarmen zodra ze bij de ‘juiste partij’ vandaan komen, en voorstellen af te wijzen wanneer ze van ‘de tegenstander’ komen (zie bijvoorbeeld hier). Cue taking noemen politicologen dit fenomeen; het door kiezers oppikken van de signaalfunctie die uitgaat van het kennen van de ‘afzender’ van een beleidsvoorstel of standpunt.
Experiment
Wij waren benieuwd naar de mate waarin Nederlandse kiezers reageren op cues van politieke partijen. In de januari-peiling van Ipsos I&O voerden we daarom een klein experiment uit. We verdeelden de steekproef in twee groepen (beiden representatief voor het Nederlandse electoraat) en legden beide groepen bestaande beleidsvoorstellen uit de verkiezingsprogramma’s van de PVV en van GL-PvdA voor.[1] De eerste groep kreeg alleen het beleidsvoorstel te zien, de andere groep kreeg het beleidsvoorstel en de partij die het voorstelt (de ‘afzender’) voorgelegd. We vroegen respondenten in beide groepen in hoeverre zij het beleidsvoorstel steunen.
Figuur 1 laat de resultaten voor alle kiezers zien. Het voorstel van GL-PvdA dat werkgevers moeten zorgen voor de huisvesting van arbeidsmigranten die voor hen werken krijgt steun van 61 procent van alle kiezers. Zodra kiezers te zien krijgen wie de afzender van het voorstel is, daalt de steun echter met zes procentpunt. Het PVV-standpunt dat er fors minder buitenlandse studenten naar Nederland moeten komen krijgt steun van vier op de tien (40%) kiezers. Dat aandeel blijft stabiel zodra kiezers wordt meegedeeld dat het een voorstel van de PVV is.

Figuur 1: Steun voor beleidsvoorstellen met en zonder vermelding van afzender (split-run analyse)
Figuur 2 laat de resultaten voor verschillende kiezersgroepen zien. We maken een onderscheid tussen kiezers van links-progressieve partijen (GL-PvdA, D66, SP, Volt, PvdD, Denk), centrumrechtse partijen (VVD, NSC, CDA, CU) en kiezers van rechts-conservatieve partijen (PVV, BBB, SGP, JA21, FvD).
Vooral kiezers van rechts-conservatieve partijen reageren op het toevoegen van de afzender van het voorstel om werkgevers voor de huisvesting van arbeidsmigranten te laten zorgen. Een nipte meerderheid van 54 procent van de kiezers van rechts-conservatieve partijen steunt het voorstel. Zodra echter duidelijk is dat deze boodschap komt van GL-PvdA daalt de steun voor dit voorstel met 14 procentpunt naar 40 procent.
Het toevoegen van de afzender GL-PvdA zorgt bij dit voorstel niet voor een statistisch significante verschuiving onder kiezers van centrumrechtse partijen (de steun gaat van 67% naar 62%). Bij kiezers van links-progressieve partijen zien we ook geen effect: steun voor het voorstel is groot als het voorstel anoniem wordt voorgelegd (70%) en dat blijft zo wanneer we de afzender van het plan toevoegen (71%).

Figuur 2: Steun voor beleidsvoorstellen met en zonder vermelding van partij
Bij het standpunt dat er ‘fors minder buitenlandse studenten naar Nederland moeten komen’ zien we een vergelijkbaar patroon. Het toevoegen van de afzender PVV doet niet veel met steun voor het standpunt onder kiezers van links-progressieve partijen: steun was al beperkt (24%), en dat blijft zo (26%). Bij kiezers van centrumrechtse partijen zien we wel een (beperkt) effect. Het toevoegen van de informatie dat het standpunt van de PVV komt zorgt ervoor dat de steun met negen procentpunt daalt (van 50% naar 41%). Bij kiezers van rechts-conservatieve partijen is wederom een sterk effect zichtbaar: toevoegen van afzender PVV zorgt ervoor dat de steun voor het voorstel met 11 procentpunt toeneemt.
Wat betekenen deze resultaten?
Enerzijds is het logisch dat kiezers de signaalfunctie van partijen meenemen in de beoordeling van beleidsvoorstellen. Welke partij een voorstel doet kan immers van belang zijn voor de intentie achter een voorstel, of de uitvoering daarvan. Bovendien is het vrijwel onmogelijk om over alle thema’s een doordacht standpunt in te nemen – het ligt daarom voor de hand dat kiezers information short-cuts, zoals ideologie of politieke partij, gebruiken. Zonder een duidelijk, vastomlijnd standpunt te hebben gaan kiezers af op het feit dat ze zich in grote lijnen kunnen vinden in het programma van een partij, en dat een specifiek standpunt afkomstig van ‘hun partij’ dus ook wel zal passen in hun voorkeuren.
Een minder optimistische interpretatie is dat kiezers zich dusdanig identificeren met een politieke partij dat een sterke mate van partisan motivated reasoning ontstaat: kiezers zijn geneigd voorstellen van hun eigen partij te slikken als zoete koek, en wijzen die van andere partijen bij voorbaat af.
Een belangrijke voorwaarde voor het goed functioneren van een democratie is het vermogen van kiezers (en politici) om open te staan voor meningen en standpunten van anderen. Een volwassen maatschappelijk en politiek debat zou, in theorie, moeten draaien om het beoordelen van standpunten op de inhoud, onafhankelijk van de afzender van die standpunten. Zo bezien is een te grote invloed van partijsignalen op de meningsvorming van kiezers wel degelijk problematisch.
Symptoom van polarisatie?
Daarnaast kunnen cueing effecten ook symptomatisch zijn voor een hevige mate van (affectieve) polarisatie: alleen al het feit dat een voorstel uit de verkeerde hoek komt maakt dat het bij kiezers niet op steun kan rekenen. De resultaten van ons experiment wijzen voorzichtig in die richting. Het grootste effect dat we vinden is immers een negatief effect, en treedt op onder kiezers van rechts-conservatieve partijen wanneer we het label ‘GL-PvdA’ plakken op het voorstel om werkgevers voor de huisvesting van arbeidsmigranten te laten zorgen.
Het valt op dat het label PVV geen negatief effect heeft op steun voor het standpunt om fors minder buitenlandse studenten in Nederland toe te laten. Zelfs onder kiezers van links-progressieve partijen zorgt vermelding van de afzender PVV niet voor een afname. Dit zou kunnen duiden op een verdere acceptatie van de PVV. Er kan ook sprake zijn van een floor effect: forse vermindering van het aantal buitenlandse studenten is geen populair standpunt onder kiezers van links-progressieve partijen; degenen die het wel omarmen geloven er dusdanig sterk in dat een rechtse cue kennelijk geen impact heeft. Of het zijn vooral de wat rechtsere kiezers van links-progressieve partijen.
Maar voorzichtigheid is geboden. In ons experiment hebben we niet hetzelfde voorstel gekoppeld aan verschillende partijen. Dat is nodig om de hypothese dat bepaalde groepen kiezers gevoeliger voor afzenders zijn dan andere groepen kiezers van robuuster te testen. We zouden bijvoorbeeld het voorstel dat werkgevers moeten zorgen voor de huisvesting van arbeidsmigranten ook moeten koppelen aan de PVV.
Met dank aan Eelco Harteveld, Maurits Meijers en Tom van der Meer voor commentaar op een eerdere versie van deze blog.
[1] Op pagina 8 van het verkiezingsprogramma van de PVV staat: “De PVV wil voor u: forse beperking van het aantal buitenlandse studenten”, zie: https://www.pvv.nl/images/2023/PVV-Verkiezingsprogramma-2023.pdf. Onder ‘standpunten arbeidsmigratie’ schrijft GL-PvdA op hun website: “Veel arbeidsmigranten wonen en werken hier onder slechte omstandigheden. Tijd om de verantwoordelijkheid te leggen waar die hoort: bij de werkgever. Wat ons betreft zorgt die voor goede huisvesting”.