‘Vergeten regio’s’ vergeten zelf hun regionale ambassadeurs

[ad_1]

Dat bepaalde delen van het land beter vertegenwoordigd zijn in het parlement dan andere is niets nieuws. Zo levert de Randstad al geruime tijd 2 tot 3 keer meer volksvertegenwoordigers per inwoner dan de rest van het land. De herkomst van Tweede Kamerleden zou in ons politieke systeem echter niet uit moeten maken. Sinds 1798 vertegenwoordigen parlementsleden het gehele Nederlandse volk en niet een bepaalde provincie. Ze worden geacht te stemmen ‘zonder last of ruggespraak’ met hun herkomstregio, of ‘zonder last’ sinds de grondwetswijziging in 1983.

Een scheve verdeling qua herkomst hoeft helemaal geen probleem te zijn. Dat zou het pas zijn als het gebrek aan representatie zorgt dat er geen of onvoldoende aandacht wordt besteed aan de specifieke problemen en zorgen in ondervertegenwoordigde regio’s. Wat de ruimtelijke oriëntatie van kamerleden is zijn wij nagegaan in een recent artikel in het Tijdschrift voor Economische en Sociale Geografie. We bekijken in dit artikel drie vragen: (1) In hoeverre wordt er door de Tweede Kamer evenredig aandacht besteed aan de verschillende regio’s in Nederland? (2) In hoeverre bepaalt de herkomst van een Kamerlid zijn of haar geografische oriëntatie? En (3) belonen lokale stemmers het geven van veel aandacht aan hun regio in het stemhokje?

Voor dit onderzoek analyseerden we de vele duizenden Kamervragen die gesteld zijn in de Tweede Kamer in de jaren tussen de verkiezingen van maart 2017 en maart 2021. Per Kamerlid turfden we welke plaatsen, gemeenten, regio’s en provincies er werden genoemd, en heel specifieke vragen over een organisatie (bijv. een ziekenhuis) of bijvoorbeeld een infrastructuurwerk werden ook toegerekend aan een plaats of provincie. ‘Aandacht’ hoeft niet per se positief te zijn voor de regio, maar is dat doorgaans wel. In ieder geval weet een Kamerlid wat er gaande is en vindt hij of zij het belangrijk genoeg om er vragen over te stellen. Verder weten we van ieder Kamerlid in welke plaats deze woont en geboren is. Voor sommige analyses hebben we onderscheid gemaakt tussen de Randstad en de rest van het land (‘de regio’) [1].

Ongelijke aandacht wordt deels gecompenseerd door regio-ambassadeurs

Als eerste zien we duidelijk dat de aandacht voor verschillende provincies afneemt naarmate deze verder van Den Haag gelegen zijn (Figuur 1). Wat te zien is, is dat zo’n driekwart van de Kamerleden in die vier jaar vragen heeft gesteld over een plaats in Zuid-Holland (77%) en Noord-Holland (75%), terwijl nog geen 4 op de 10 Kamerleden vragen stelden over Flevoland (35%), Drenthe (37%) en Zeeland (37%). Die relatie is echter niet simpelweg de Randstad tegen de regio. Zo wordt Utrecht minder vaak genoemd dan Noord-Brabant, Gelderland, Overijssel en Groningen.

Figuur 1. Aandeel Kamerleden dat in 2017-2021 minimaal eenmaal aandacht besteedde aan een provincie afgezet tegen afstand van die provincie tot Den Haag.

Noot: Afstand is hier de gemiddelde hemelsbrede afstand van een plaats in iedere provincie tot Den Haag.

Maar welke rol heeft de achtergrond van Kamerleden in deze onevenredige aandacht? Hiervoor hebben we gekeken of herkomst uit de Randstad of de regio uitmaakt voor de aandacht die men heeft voor de Randstad dan wel de regio.

Opvallend: we vinden geen verschil tussen Kamerleden uit de regio en Kamerleden uit de Randstad in hoeveel aandacht ze besteden aan de Randstad. Waar wel een groot verschil zit, is in aandacht voor de regio (Figuur 2). Kamerleden uit de regio zelf stellen gemiddeld 38,6 Kamervragen over de regio, Kamerleden uit de Randstad slechts 17,1. Kortom: de regio is voor aandacht behoorlijk afhankelijk van Kamerleden uit de regio; een scheve verdeling qua herkomst is dus wel degelijk problematisch.

Figuur 2. Herkomst Kamerleden en aandacht voor ‘de regio’ buiten de Randstad.

Noot: Figuur 2 toont twee boxplots. De horizontale lijn geeft de mediaan aan, terwijl de gekleurde box het gebied tussen het 1e en 3e kwartiel weergeeft (respectievelijk 25% onder en boven de mediaan). Uitschieters zijn gemarkeerd met bolletjes (waarden tussen 1,5 en 3 keer de interkwartielafstand) of sterretjes (waarden meer dan 3 keer de interkwartielafstand). Voor deze uitschieters hebben we de namen van de afzonderlijke Kamerleden vermeld.

Met dit ‘regio-ambassadeurschap’ zien we dat het gebrek aan aandacht voor de regio deels gecompenseerd wordt. Figuur 3 geeft de verhouding weer tussen enerzijds hoe vaak een Kamerlid uit een provincie een vraag stelt over de ‘eigen’ provincie en anderzijds hoe vaak een Kamerlid van buiten die provincie een vraag stelt over die provincie. Zoals te zien valt stelt een Gronings Kamerlid bijna 16 keer zoveel vragen over Groningen als een Kamerlid van buiten Groningen. Maar ook Zeeuwse (11x), Friese (9x), Drentse (6x) en Flevolandse (5x) Kamerleden stelden veel vaker vragen over hun herkomstprovincie dan Kamerleden uit de rest van het land. Limburgse en Overijsselse Kamerleden stelden ruim 3x zoveel vragen over hun eigen provincie. De Kamerleden uit Randstedelijke provincies tonen geen compensatiegedrag, maar zoals we zagen valt daar ook niets te compenseren omdat, met de uitzondering van Utrecht, ze over aandacht niet te klagen hebben.

Figuur 3. Compensatiegedrag van Kamerleden uit de provincie, 2017-2021.

Zeker niet alle Kamerleden uit de regio werpen zich op als regio-ambassadeur. Het is dan ook alarmerend wanneer sommige provincies niet of nauwelijks vertegenwoordigd zijn in de Kamer en daar geen regio-ambassadeur tussen zit. Na de recente verkiezingen zijn Drenthe en Zeeland bijvoorbeeld de woonprovincie van ieder twee kamerleden, en het is maar afwachten of hier iemand tussen zit die zich als regio-ambassadeur opwerpt, en dat ook kan gezien de toebedeelde portefeuille.

Aandacht voor de achterban en electoraal succes

Men kan beargumenteren dat als representatie van de regio zo belangrijk is, deze regio’s gewoon moeten stemmen op de partij van de regio-ambassadeur. Op die manier is er een strategische reden voor partijen om die regio actief te vertegenwoordigen. Maar hebben partijen ook meer aandacht voor regio’s waar ze meer stemmers hebben? Om dit te onderzoeken vergeleken we per provincie de electorale steun voor een partij aan het begin van de onderzochte periode (2017) met de mate van aandacht die die partij vervolgens had voor die provincie in de jaren erop tot 2021. Hieruit blijkt een duidelijke positieve relatie: gemiddeld genomen besteden partijen meer aandacht aan provincies waar ze ook meer stemmen halen (Figuur 5). Uitgesplitst naar partijen vinden we dat de SGP, PvdA, CDA, CU en DENK meer aandacht hebben voor provincies waar ze grotere electorale steun hebben. Fascinerend genoeg zien we dit niet voor GroenLinks, terwijl de PvdA, na DENK, de sterkste relatie laat zien. Het zal interessant zijn om te kijken hoe de fusiepartij met het regionaal stemgedrag zal omgaan.

Figuur 4. Relatie tussen het percentage stemmen in een regio voor een partij in 2017 en de aandacht van deze partij voor de regio tussen 2017 en 2021.

Er bestaat dus een duidelijke relatie tussen het aantal behaalde stemmen in een provincie en de aandacht die aan die provincie wordt besteed. Maar zien we ook dat die regionale aandacht wordt beloond? Dit blijkt niet zo te zijn. Tegen onze verwachtingen in zorgt meer aandacht niet voor een groei in het aantal stemmen binnen die provincie (Figuur 5). Met andere woorden, partijen worden niet electoraal beloond voor extra aandacht die ze aan een regio geven. We vinden voor maar één partij een relatie en die is negatief: de ChristenUnie verloor meer stemmen in de provincies waar ze meer aandacht aan hebben besteed.

Figuur 5. Relatie tussen de aandacht van een partij voor de regio tussen 2017 en 2021 en de verandering in electorale steun voor deze partij in de regio.

Implicaties voor representatie

Het gebrek aan electorale beloning voor regionale aandacht heeft belangrijke consequenties. In het Nederlandse proportionele systeem wordt niet vooraf gedefinieerd welke vormen van representatie centraal staan – geslacht, klasse, religie, regio, of iets anders. Dat is een van de krachten van het systeem: het zorgt dat representatie sterk verbonden is met de perspectieven en interesses van de burgers. Tegelijkertijd kan het gebrek aan aandacht voor bepaalde groepen er wel voor zorgen dat specifieke problemen over het hoofd worden gezien. Zo kun je je afvragen of het toeslagenschandaal zo lang had kunnen sudderen als er meer parlementariërs waren die direct of via de familie ervaring hadden met toeslagen; hetzelfde kan gelden voor regionale problemen, neem het Groningse gasdossier.

Als partijen niet worden beloond voor waar ze aandacht aan besteden, kan een goede regionale vertegenwoordiging nog verder naar de achtergrond raken – zeker nu fracties steeds kleiner worden en keuzes harder moeten worden gemaakt. Een oplossing zou zijn het vergroten van de Tweede Kamer, zodat partijen makkelijker de hele reeks van diversiteitskenmerken kunnen invullen.

Een ander mogelijk tegenwicht kan liggen in voorkeurstemmen. In dit onderzoek hebben we niet gekeken naar of de ‘regio-ambassadeurs’ wel meer voorkeurstemmen krijgen in de regio waar ze aandacht aan besteden. Dit is wel te verwachten sinds het al een tijd zichtbaar is dat een groot deel van de voorkeurstemmers aangeeft regio mee te laten wegen in hun beslissing. Hierom zou het misschien makkelijker gemaakt moeten worden om via een voorkeurstem verkozen te worden (in lijn met de aanbevelingen van Staatscommissie-Remkes). Sommige regio’s (bijvoorbeeld Drenthe, Zeeland) zijn nu eenvoudigweg te klein om via voorkeurstemmen vertegenwoordigd te raken. Wat ons onderzoek ook lijkt te suggereren is dat de ‘geo-literacy’ van met name Randstedelijke kamerleden te wensen over laat.

Afbeelding: “Boerenprotest” door Gerard Stolk (via Flickr).


[1] De Randstad definieren we als de provincie Zuid-Holland (min Goeree-Overflakkee), de provincie Noord-Holland (min de kop van Noord-Holland en Alkmaar en omgeving), de provincie Utrecht en de gemeente Almere in Flevoland. De rest van het land is ‘de regio’.



[ad_2]

https://stukroodvlees.nl/vergeten-regios-vergeten-zelf-hun-regionale-ambassadeurs/