[ad_1]
Veel kiezers hebben een aantal partijen waartussen ze twijfelen. In de uiteindelijke stemkeuze spelen soms ‘strategische redenen’ mee. Een strategische stem is een stem niet op een partij van de eerste voorkeur. Bijvoorbeeld als je voorkeurspartij misschien de kiesdrempel niet haalt, of als je hoopt een bepaalde partij de grootste te maken en zo een gunstig uitgangspunt in de regeringsformatie. Voor dit soort keuzes zijn zetelpeilingen een belangrijke informatiebron en in het bijzonder de laatste peilingen voor de verkiezingen, de zogenoemde ‘slotpeiling’. Maar wie peilingen zo gebruikt, moet wel weten wat peilingen wel – en niet – zeggen.
1. Reken op een verrassing voor ten minste één partij
De laatste peilingen voor de verkiezingsdag geven over het algemeen best een redelijk beeld van de uitslag: 80% van de scores van partijen in peilingen verschilt maximaal 2 zetels van de uitslag. Maar er is ook altijd minimaal één verrassing. In de afgelopen zes verkiezingen (2006 t/m 2023) was er voor elke peiling minimaal één partij met 5 zetels verschil tussen slotpeiling en uitslag. In 2023 was dit bij alle bureaus de PVV. Die partij steeg sterk in de laatste peilingen, maar de uitslag was nog 8 tot 10 zetels hoger dan in de slotpeilingen. In 2021 deed D66 het duidelijk beter dan in de slotpeilingen, in 2012 en 2017 de VVD en in 2010 de PVV. Soms doet een partij het juist slechter, zoals de SP in 2012.


2. Sommige kiezers besluiten pas na de laatste peilingen
Een verschil tussen een slotpeiling en de uitslag wil niet per se zeggen dat de peiling niet klopte. Peilingen zijn immers momentopnames. Vaak worden slotpeilingen (vooral) gehouden op de maandag voor de verkiezingen. Daarmee krijg je dus een indicatie van kiezersvoorkeuren op die dag. Joop van Holsteyn en Galen Irwin lieten op basis van het Nationaal Kiezersonderzoek zien dat in 2023 15% van de kiezers pas op de verkiezingsdag hun keuze maakte, en nog eens 30 procent in de laatste dagen. Een groot deel van de kiezers besluit dus relatief laat, en deels dus ook nog na de laatste peilingen. En het moment van kiezen maakte in 2023 uit voor de partijkeuze, zo laten Van Holsteyn en Irwin zien: 30% van de laatste-dag-beslissers stemde PVV, ruim bovengemiddeld.
Bovendien kan strategisch stemgedrag met de peilingen in de hand juist leiden tot verschillen. Dan worden peilingen een self-denying prophecy, zoals Joop van Holsteyn en ook Peter Kanne eerder betoogden. Juist omdat mensen op basis van een peiling hun stemgedrag aanpassen, ontstaan er verschillen tussen slotpeiling en verkiezingsuitslag.
3. Peilingen kunnen de steun voor partijen over- of onderschatten
Naast late beslissers kunnen peilers de steun voor bepaalde partijen ook onderschatten of overschatten. In 2017 deden vijf bureaus een nameting waarbij ze de deelnemers aan de slotpeiling na de verkiezingen vroegen wat ze daadwerkelijk hadden gestemd. Zo konden ze beter zien of verschillen tussen de slotpeiling en uitslag kwam door late beslissers of door onder- of overschatting. De nameting liet zien dat, hoewel voor de VVD late beslissers ook een rol speelden, er ook sprake was van een onderschatting van die partij met gemiddeld 3,7 zetel en juist een overschatting van GroenLinks met gemiddeld 2,4 zetel. En aangezien die vertekeningen bij alle bureaus in meer of mindere mate te zien waren, was dat ook in de Peilingwijzer, een combinatie van de bureaus die destijds peilden, het geval.
Eén van de belangrijkste uitdagingen voor peilingbureaus is het werven van een goed samengesteld panel van deelnemers. Je moet een representatieve groep weten te benaderen, en die moeten ook mee willen werken aan het onderzoek. Als bepaalde groepen ondervertegenwoordigd zijn in een onderzoekspanel kan dat tot afwijkingen in de zetelpeilingen leiden. Uiteraard proberen bureaus dit soort afwijkingen zoveel mogelijk te voorkomen, maar dat lukt niet altijd. Ook correctiemechanismen, zoals het toepassen van weging, zijn nuttig, maar werken niet altijd afdoende om de vertekeningen geheel te verhelpen.
Of verschillen nu komen door late beslissers of door vertekeningen in de peilingen maakt voor de gebruiker misschien niet zo veel uit. Wie strategisch wil stemmen gebaseerd op (slot)peilingen houdt er beter rekening mee dat een duidelijk verschil tussen slotpeiling en verkiezingsuitslag voor minimaal één partij in de rede ligt. En voor andere gebruikers van peilingen, zoals journalisten, zou dit meer dan voldoende reden moeten zijn om de vuistregels van Tom van der Meer ter harte te nemen, en bewust met de rapportage van zetelpeilingen om te gaan.
[ad_2]
https://stukroodvlees.nl/wat-strategische-kiezers-moeten-weten-over-slotpeilingen/






