Zou Pieter Omtzigt in 2012 gekozen zijn onder zijn eigen kiesstelsel?


In een poging een complex onderwerp op een toegankelijke manier duidelijk te maken, doen alle wetenschappers wel eens niet volledig doordachte uitspraken. Ook wij. In de podcast van Armèn Hakhverdian beweerden wij dat Pieter Omtzigt met zijn eigen kiesstelsel (zie hier) niet gekozen zou zijn in 2012, toen hij met voorkeurstemmen toch de Tweede Kamer in kwam. Doorgerekend hadden we dat specifieke geval niet, maar het lag zo voor de hand dat wij zo’n uitspraak wel aandurfden. Maar toen een wakkere journalist van de regionale Tubantia één van ons juist op dit specifieke punt ondervroeg, moest die bekennen dat wij het niet heel zeker wisten. Waren wij in de podcast wellicht te ver gegaan? Het korte antwoord is ‘nee’, het iets langere antwoord is ‘ja, wel een beetje’.

Een voorstel voor een nieuw kiesstelsel

Eerst maar even het voorgestelde kiesstelsel in het kort. Het land wordt opgedeeld in districten. Elk van die districten krijgt een aantal regiozetels toegewezen op basis van het inwoneraantal. In totaal zijn er 125 regiozetels. Het ligt voor de hand om uit te gaan van provincies. In zo’n geval krijgt Overijssel zes regiozetels toegewezen. Binnen elk van die districten presenteren politieke partijen een andere lijst kandidaten. Kiezers kunnen alleen op die regionale kandidaten stemmen. Op die manier wordt geografische representatie afgedwongen. Binnen de provincies worden de zetels daarna netjes proportioneel verdeeld: het CDA had, bijvoorbeeld, met 13% van de geldige stemmen in Overijssel in 2012 één van de zes Overijsselse zetels gehaald.

In het voorstel van Omtzigt worden “de kandidaten […] benoembaar in volgorde van de lijst. De lijstvolgorde wordt doorbroken als een kandidaat de helft van de kiesdeler haalt in het kiesdistrict.” De 25 overgebleven vereffeningszetels worden tenslotte gebruikt om de landelijke uitslag in zetels voor partijen zo veel mogelijk evenredig te maken aan de landelijke uitslag in stemmen op die partijen.

Doorbreken van de lijstvolgorde wordt lastiger

In de doorrekening constateerden we dat een regionale voorkeursdrempel van 50% van de regionale kiesdeler, veel hoger is dan de huidige 25% van de landelijke kiesdeler. Dat komt niet alleen omdat 50% meer dan is dan 25% maar ook omdat de huidige landelijke kiesdeler per definitie kleiner is dan de kiesdeler in een district. Daarom verwachten wij dat individuen die lager op de lijst staan die drempel niet vaak zouden kunnen passeren. “Dit maakt de (regionale) lijstvolgorde dominant, versterkt de grip die partijen op kandidaten hebben en ontneemt kiezers de mogelijkheid die volgorde te doorbreken.” Vanuit die gedachte beweerden wij dat Pieter Omtzigt in 2012 met zijn eigen stelsel niet gekozen zou zijn, zonder dat even netjes door te rekenen.

De uitslag van 2012: Pieter Omtzigt doorbreekt de lijstvolgorde

Als een kandidaat in het huidige kiesstelsel meer dan 25% van de kiesdeler haalt, kan die persoon de lijstvolgorde doorbreken, mits er voldoende zetels zijn gehaald en niemand anders op de lijst meer stemmen heeft gehaald. Marijn Nagtzaam geeft een mooie analyse en mooie plaatjes van de gemeenten waar die voorkeurstemmen bij enkele regionale kanjers vandaan komen. En dan blijkt onder meer dat die regionale concentratie zich soms weinig aantrekt van provinciegrenzen (zie de regionale verdeling van de steun voor Maurits von Martels of Lisa van Westerveld hier op p.70-71). In 2012 doorbrak ook Omtzigt de lijstvolgorde. Hij behaalde in dat jaar 36.750 van de stemmen (5% van de stemmen van het CDA). De landelijke kiesdeler was 62.828 en een beetje en de landelijke voorkeursdrempel was een kwart daarvan: 15.707 stemmen. Omtzigt had dus ruim voldoende stemmen om de lijstvolgorde te doorbreken. Maar die 36.750 kwamen niet uitsluitend uit Overijssel.

Onder zijn eigen nieuwe stelsel zou Omtzigt niet zijn gekozen

In de doorrekeningen van het stelsel van Omtzigt hebben we allereerst een ‘regionale lijst’ gemaakt voor Overijssel in 2012. In 2012 zou Omtzigt op de vierde plek hebben gestaan, achter Eddy van Hijum (Zwolle) (plaats 6 van de landelijke lijst), Herma Boom (Buurse, bij Haaksbergen) (plek 15) en Elske van der Mik (Deventer) (plek 26). Die CDA lijst haalde (alles bij elkaar) 89.760 stemmen. Pieter Omtzigt kreeg in Overijssel 28.991 voorkeurstemmen.

Het totale aantal uitgebrachte stemmen in Overijssel was 656.408. De provinciale kiesdeler met 6 zetels was 109.402 (gebaseerd op een systeem met 125 regionale zetels). De helft daarvan is 54.701. De bewering uit de podcast dat Pieter Omtzigt met zijn eigen stelsel in 2012 niet gekozen zou zijn, was dus correct. Het voorbeeld illustreert in die zin keurig dat het stelsel het voor individuele kandidaten moeilijker maakt de lijstvolgorde te doorbreken. En dat was het doel van het voorbeeld.

Toch klopt het niet, en dat is interessant …

Toch zit dit soort voorbeelden, die gebruikt worden om een complex onderwerp op een toegankelijke manier duidelijk te maken, ons dwars. Er worden namelijk heel veel dingen ‘constant’ verondersteld, die helemaal niet constant hoeven te blijven. En die zorgen ervoor dat de vergelijking eigenlijk mank loopt. Wij noemen er een twee.

In de eerste plaats veronderstellen we dat de lijstvolgorde onder dat nieuwe stelsel identiek is aan de volgorde van 2012. En dat Omtzigt dus op een vierde plek zou belanden. Maar dat is helemaal niet gegeven. Als Omtzigt een sterke regionale positie had (en dat had hij) en de provinciale afdeling van het CDA had de nodige autonomie gekregen bij het samenstellen van de lijst, is het niet onwaarschijnlijk dat Omtzigt de lijsttrekker van het CDA in Overijssel was geworden. In dat geval zou hij niet met voorkeurstemmen, maar gewoon via de lijst zijn gekozen.

In de tweede plaats veronderstellen we dat alle stemmers hetzelfde zouden stemmen als onder het huidige stelsel, maar dat hoeft niet zo zijn. Zo werden er in Overijssel ook voorkeurstemmen uitgebracht op kandidaten uit de rest van het land. En het ligt voor de hand dat een deel van die voorkeurstemmen bij Pieter Omtzigt terecht zouden zijn gekomen, omdat men in Overijssel niet meer op personen buiten de provincie had kunnen stemmen. Tegelijkertijd: 60% van de Overijsselse CDA-stemmers had op Omtzigt moeten stemmen om ervoor te zorgen dat hij de voorkeursdrempel zou doorbreken, dus het blijft zeer onwaarschijnlijk dat Omtzigt onder het nieuwe stelsel zou zijn gekozen, als hij het in Overijssel niet zou hebben geschopt tot lijsttrekker, ten koste van onder meer Eddy van Hijum.

Afsluitend

Het is belangrijk wetenschappelijke inzichten op een toegankelijk manier te communiceren. Aansprekende voorbeelden kunnen daarbij helpen. Het voorbeeld van het niet verkiezen van Omtzigt is zo’n voorbeeld. Het illustreert op fraaie wijze een ‘echt’ kenmerk van het nieuwe kiesstelsel, namelijk dat het doorbreken van de lijstvolgorde moeilijker wordt. Maar het voorbeeld is tegelijkertijd beperkt. Het veronachtzaamt de complexiteit van veel van de inzichten die er over dit soort onderwerpen bestaan. En uiteindelijk wringt dat wel een beetje.





https://stukroodvlees.nl/zou-pieter-omtzigt-in-2012-gekozen-zijn-onder-zijn-eigen-kiesstelsel/